Chat
Que faisons-nous > Vaccination
Katten worden gevaccineerd tegen:
Kattenziekte (panleucopenie of typhus)
- Virale aandoening met vaak dodelijke afloop.
- Symptomen zijn koorts, sufheid, braken en hevige diarree.
- Zieke dieren zijn ook vatbaarder voor andere infecties.
Niesziekte
- Symptomen zijn niezen, neusvloei, tranende ogen en koorts.
- Oorzaken zijn zowel virussen (herpesvirus, calicivirus) als bacteriën (bordetella, chlamydia).
Kattenleucose
- Dodelijk virus veroorzaakt door contact met besmette katten.
- Symptomen zijn verminderde eetlust, diarree, lusteloosheid, bleekheid en zelfs tumoren.
Hondsdolheid (razernij of rabiës)
- In tegenstelling tot honden bijten katten niet, maar kwijnen eerder weg.
- Vaccinatie enkel nodig als de kat mee naar het buitenland of de Ardennen trekt.
- Het eerste vaccin moet minstens 3 weken voor vertrek gegeven worden.
- Herhalingsvaccinaties hebben onmiddellijke ingang.
- Het vaccin is 3 jaar geldig.
Vaccinatieschema's:
Basisvaccinaties
- Vanaf 8-9 weken: vaccinatie tegen kattenziekte en niesziekte.
- Vanaf 12-13 weken: vaccinatie tegen kattenziekte, niesziekte en eventueel kattenleucose.
- Vanaf 16 weken: booster tegen kattenleucose.
- Vanaf 1 jaar: boostervaccinatie tegen kattenziekte, niesziekte en kattenleucose.
Herhalingsvaccinaties
- Jaarlijks: herhaling van vaccinatie tegen kattenleucose.
- Tweejaarlijks: herhaling van vaccinatie tegen kattenziekte en niesziekte.